//Verslag 9e KOMmetje Snerttocht
KOMmetje Snerttocht 2019 - Wandelsportvereniging Oosterscheldestappers

Verslag 9e KOMmetje Snerttocht

Zaterdag 7 december was het de 9e editie van het Kommetje snerttocht. Na alle voorbereidingen waren we er om half negen weer klaar voor om de wandelaars te ontvangen.

Nadat de pijlers vrijdag nog flink wat regen hadden te verduren was het zaterdag droog. Vanaf 9 uur was het een gezellige drukte op het startbureau in Hotel Kom waarbij er gestart kon worden op 4 afstanden. vanuit hier gingen de routes naar restaurant Smaek waar de chocomel gereed stond voor de wandelaars. Door het natuurgebied de Pluumpot kwamen we weer in Smerdiek om in Hotel Kom weer af te melden en te gaan genieten van de heerlijke kom snert van slager op den Brouw. We kunnen terugzien op een mooie wandeldag met veel wandelaars en een vlekkeloos verlopen dag.

Reportage Omroep Zeeland
Omroep Zeeland heeft een reportage van de wandeltocht gemaakt.

Er hebben 399 wandelaars mee gewandeld op de diverse afstanden. 25 km 93 wandelaars, 15 km 159 wandelaars, 10 km 78 wandelaars, 5 km 69 wandelaars. Dit was de laatste wandeltocht van 2019, de volgende tocht is de Kees Wessels wintertocht op 22 februari 2020.

Verslag van wandelaar Piet Schepers

page1image24338560

Om kwart over acht haalt Jan mij op. Met de auto rijden we van Roosendaal naar Sint Maartensdijk op Tholen. Om negen uur melden we ons bij de Oosterscheldestappers in hotel KOM! De keuze is gevallen op de langste afstand van 25 kilometer. Samen met Johan zijn we op weg voor de eerste etappe van 10,2 kilometer. Een noordwestelijke lus met weids uitzicht over het boerenland van het Zeeuwse eiland. Keuvelend en ontspannen trekken we voornamelijk rechte lijnen over asfalt. De suikerbieten zijn geoogst en wachten op grote hopen om naar de fabriek gebracht te worden. Het vlakke polderland beweegt zich rondom de “nullijn” ten opzichte van N.A.P. Het reliëf krijgt gestalte door vele dijken. Ze liggen vredig te slapen in het landschap en lijken te beseffen dat ze zich beschermd weten door de zeewaardige dijken langs de Oosterschelde. Als we tussen windmolens door lopen wordt de rust verstoord door zoevend geluid van draaiende wieken. Het zwelt aan, dooft uit en herhaalt zich. Het voornemen er meer dan de huidige vijf te bouwen wordt door de mensen die er verspreid wonen met onbegrip ontvangen. Dat de molens een bijdrage leveren aan het opwekken van duurzame energie mag waar zijn, maar de optische vervuiling, geluidsoverlast en slagschaduw vragen van nabijebewoners een hoge prijs. Lopend aan de binnendijkse kant van de zeewering staat op een bord bij een betonnen trap een waarschuwing van Nationaal Park Oosterschelde. “Gelieve het gebied niet te beschadigen of te verontrusten!” Hoe windmolens zich verhouden tot de status van een Nationaal Park weet ik niet. Naar mijn idee sluit het een het ander uit. Om elf uur zijn we terug bij hotel KOM!. Een mandarijntje, een gezellig zitje en een kopje dampende koffie voelen voor drie mannen op leeftijd als een weldadige onderbreking. Om half twaalf beginnen we aan onze tweede lus in zuidoostelijke richting. Langs de Platteweg lopen we haaks aan op de zeedijk. Voordat we die naderen kijken we links en rechts uit over landschap waar land en water vechten om voorrang. Het gaat om door de mens gevormde “nieuwe natuur”. We kruisen een inlaagdijk. In oorsprong vormt deze wering een binnendijkse buffer achter de zeewering. De laatste ligt een paar honderd meter verder direct langs de Oosterschelde. De inlaag, met een gezicht van “plas en dras”, vangt het zoute kwelwater op. Op die manier is de inlaag van betekenis als middel tegen de verzilting van de achter gelegen polders. Als we de hoge zeewering zijn overgestoken wandelen met de neus in de zilte wind over het buitendijks gelegen pad. Het zeewater is aan het afgaan om straks uit te komen op ebniveau. Het pad ligt bezaaid met schelpen van de Japanse oester. De schelpen van deze exoot zijn groot, scherp en onregelmatig van vorm. Een hele kluif voor vogels om ze open te breken. Dicht onder de kustlijn liggen geulen tot 45 meter diep. Met restaurant De Zeester bij Gorishoek vlakbij een geschikte uitvalsbasis voor de duiksport. Als we weer binnendijks zijn is restaurant Smaek niet ver weg. Om kwart voor twee krijgen we ons tweede stempeltje. Voorbij de bar is er een grote ruimte, waar we ontvangen worden door luide Kerstmuziek. Geheel in sfeer, met warme chocomel en slagroom, laten we ons de boterhammen wel “smaeken”. Er wacht nog een kleine 7 kilometer als slotstuk. We kruisen natuurreservaat De Pluimpot en wandelen door de jonge, hoog gelegen Muijepolder. De vele campings vallen op evenals de voorgenomen investeringen om ze op te waarderen tot huisjesparken. Met omtrekkende bewegingen nadert het einde van de tocht. Alvorens ons af te melden in hotel KOM! schuifelen we langs en om de Maartenskerk. Een monumentaal gebedshuis uit de 14de eeuw. Leden van de Hersteld Hervormde Gemeente houden er hun diensten. Het oude hart van Sint Maartensdijk ademt een intieme sfeer. De kerk, de markt en de dichte bebouwing van de straatjes geven de smalstad een uniek karakter. Het is bijna drie uur als de vrijwilligers van de Oosterscheldestappers ons een bonnetje geven. Aan de bar van het hotel kunnen we ze inwisselen voor een kop snert. Met het verorberen ervan sluiten we gedrieën deze boeiende “KOMmetje Snerttocht Smerdiek” af. De organisatie had het geheel keurig voor elkaar. De bepijling, de routebeschrijving, de ruimhartige en gratis zorg voor de inwendige mens, vormen samen een dankbare wandelcocktail. Dank dus!

Piet Schepers. Roosendaal, 8 december 2019.